Kasteelstraat 7   8340 Moerkerke-Damme

De Heerlijkheid van Moerkerke

Het geslacht van Praet

DE HEREN VAN PRAET EN HUN HEERLIJKHEDEN

STAMBOOM EN HERALDIEK
met
"Historische verwijzingen"
door

Nikolay Holthoff

en

De werkgroep Van Praet

Text Box: Inleiding.


Text Box: In 2003 wordt onder impuls van Michel Van Den Broeck en Nikolay Holthoff binnen de heemkundige vereniging "t'Zwin Rechteroever te Damme" een werkgroep opgericht, die zich voornamelijk wil bezighouden met de genealogische studie naar de heren van Praet en hun heerlijkheden. In deze werkgroep werden korte tijd later ook actief, Wim en Piet Groeneweg uit Nederland, Folkert Schellekens en recenter nog Jacques De Groote, die zich vooral bezighoudt met Karel van Sint -Omaers en zijn aquarellencollectie (libri picturati A 16 -30(31))
In een eerste deel zullen wij de oude hoofdtak van de familie van Praet belichten. Deze tak van het geslacht van Praet staat immers rechtstreeks aan de basis van talrijke adelijke geslachten in Zeeland, Holland en Vlaanderen. In deze tak werden huwelijken aangegaan met de geslachten van Borsele uit Zeeland, van Stryen afkomstig uit Zuid-Holland, noordwestelijk Brabant en met van Moerkerke, uit Moerkerke.
De geschiedenis van de heren van Praet moet gezien worden in een breder perspectief. Als dusdanig:
- is tekst voorzien van "historische verwijzingen". Dit zijn verwijzingen naar de algemene geschiedenis van Vlaanderen;
- hebben de vermelde wapenschilden betrekking op het geslacht van Praet en de aangetrouwde families.
De genealogische geschiedenis van de tak van Praet van Moerkerke bespreken we in een tweede deel.


Text Box: Deel 1.  De heren van Praet.


1.Oedelem zetel van de heren van Praet

De oude zetel van de heren van Praet bevond zich oorspronkelijk te Oedelem actueel een deelgemeente van Beernem en gelegen op 10 kilometer ten zuiden van Brugge. Het kasteel dat op vandaag verdwenen is, was gesitueerd nabij het gehucht het Vliegende Paard, vroeger ook Laderijk genoemd. Van dit kasteel is op vandaag enkel het vroegere neerhof nog een stille getuige.

Afbeeldingen hieronder

Linksboven: de plattegrond van het kasteel van Praet volgens de Popp kaart "Oedelem 1831". Binnenin de omwalling zijn de gebouwen te herkennen die nu nog steeds bestaan.

Rechtsboven: een reconstructie gemaakt door Henri Zutterman (uit "Heemkundige wandelingen te Oedelem"). Onderaan: een foto van het nog bestaande neerhof, dat bij het kasteel van de oude heren van Praet behoorde. Dit gebouw bevindt zich hedendaags op het gehucht "het Vliegende Paard" te Oedelem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oedelem was voor 1382 afhankelijk van enkele heerlijkheden in de buurt, met name Upschote, Beveren en Praet. Na de slag op het Beverhoutsveld op 4 mei 1382 werd Oedelem afhankelijk van enkele andere heerlijkheden en families, "Wulfsberghe", "Praet van Moerkerken" en "Praet van Vlaanderen".

De betekenis van de naam Oedelem is afkomstig van Odolhem wat in het Germaans betekent "Ophila"=erfgoed + "Haima"= woning1 2 . Met andere woorden, woning van het erfgoed of een domein.

 

2. Stamboom van het geslacht van Praet

1 Gervaas van Praet

De eerste van Praet van wie melding van wordt gemaakt in oude genealogische documenten was Gervaas van Praet. Gervaas is mogelijk een afstammeling van burggraaf Boldran van Brugge (+ca.1060)

Hij vestigt zich met zijn familie te Oedelem in de nabijheid van het gehucht het "Vliegende Paard" van waaruit hij de heerlijkheid van Praet bestuurt.

Hij is één van de kamerlingen van graaf van Vlaanderen Karel De Goede3 en na diens dood in 1127, van Diederik Van Den Elzas (1099 -1168).

Hij neemt deel aan de pelgrimstocht van Karel De Goede naar het Heilig Land in 1107-1108. Hij zal zich opwerpen als wreker van de moord op deze laatste. ZIE INFRA HISTORISCHE

VERWIJZING: "GERVAAS VAN PRAET WERPT ZICH OP ALS WREKER VAN KAREL DE GOEDE EN BEWERKSTELLIGT DE AANSTELLING VAN WILLEM VAN NORMANDIË ALS NIEUWE GRAAF"

HIJ HEEFT EEN DOCHTER, MARGARETHA VAN PRAET4: (1a1).

 

Gervaas van Praet werpt zich op als wreker van Karel De Goede en bewerkstelligt de aanstelling van Willem van Normandië als nieuwe graaf5

We vinden Gervaas terug in de kerk van Sint Donaas te Brugge wanneer de opstandige Erembalden op 2 maart 1127 zijn meester de graaf van Vlaanderen Karel de Goede vermoorden. Gervaas weet gelukkig aan de slachting te ontkomen, en hij kan vluchten en onderduiken bij zijn ouders, die in Vlaanderen verblijven.

Door de moord op Karel De Goede ontsteekt Gervaas in toorn en hij verzamelt een zeer sterke groep infanteristen. Hij trekt op 7 maart 1127 ter belegering van de versterking Ravenschot 6 Gervaas begint met zijn legers weg te halen uit het zicht van de stad, zodat hij een overeenkomst kan sluiten. In de overeenkomst komen beide partijen overeen dat iedereen die zich zou overgeven "het leven zou gespaard worden ". Als uiteindelijk Ravenschot veroverd wordt, wordt ze in de as gelegd en volledig vernietigd.

Na de val van Ravenschot trekt Gervaas naar Brugge; dit ter verschrikking van diegenen die zich hebben verschanst in de burg van de stad Brugge. Gervaas onderhoudt een goede kennis over de stad Brugge en hij kiest de datum van 9 maart 1127 om met zijn mannen de stad binnen te dringen. Hij organiseert een grote slachting onder de opstandelingen en laat hun huizen in brand steken. De overblijvende opstandelingen worden teruggedreven naar de Burg. De belegeraars proberen nu met verhevigde inzet de Burg te veroveren, door list of door nacht, maar steeds opnieuw worden ze teruggedreven. Vanaf 10 maart 1127 komen versterkingen toe om te helpen bij de belegering; waaronder "Siger", kastelein van Gent; maar ook verschillende andere heren die eveneens de moord op Karel De Goede willen wreken. Een massale tegenaanval op 12 maart 1127 brengt de belegeraars zware verliezen toe. De belegeraars doen een nieuwe aanval op 19 maart 1127, waarbij met de hulp van enkele onvoorzichtige bewakers Gevaas van Praet met zijn mannen de burcht kan binnendringen en veroveren. De rebellen kunnen zich evenwel nog terugtrekken en zich verschansen in de omgeving van de Sint -Donaaskerk. De belegerden geven zich over na het beleg van de toren van de Sint -Donaaskerk. Alle goederen van de opstandelingen worden in beslag genomen onder meer de rangen en kentekens van Bertulf Burchard.

Middels wordt er ter plaatse werk gemaakt van de verkiezing van een nieuwe graaf. De steden geven hun stem aan Willem van Normandië, die de acties van Gervaas heeft gesteund. Willem wordt kastelein van de burg van Brugge.

Gervaas van Praet zal vervolgens de graaf van Vlaanderen vergezellen bij het beleg van Ieper.

1a1) Margaretha van Praet.

Zij is kloostelinge te Utrecht in het midden van de 12e eeuw

2) Lambrecht van Praet.

Hij is de broer van Gervaas, vermeld in 1122.

LAMBRECHT HAD ZOVER BEKEND 6 KINDEREN: (2b1,2b2, 2b3, 2b5, 2b6).

2b1) Boudewijn I van Praet

Hij is Ridder kruisvaarder, wordt vermeld tussen 1153 -11747. Hij huwt met Ghiela.

Boudewijn I van Praet ondertekent in 1167 een brief van Filips van den Elzas, waarin deze te kennen geeft dat de abdij van Ninove vrij is en dat zij al haar privileges behoudt8. deze brief wordt mede ondertekent door de heren van Zomergem, Rollegem enz.

In 1172 tekent Boudewijn I van Praet als getuige een vredesverdrag tussen Filips van den Elzas en Wouter van Kortrijk en 1197 een vredesverdrag tussen Boudewijn IX van Vlaanderen, tevens graaf van Henegouwen, en de schepenen van Doornik. Dit verdrag blijft bestaan zolang het graafschap Henegouwen in oorlog is met Frankrijk9 10

In 1204 is hij ook in Sint -Donaas aanwezig bij de eedaflegging van Louis, graaf van Looz; een eed die betrekking had op het behoud van de overeenkomst tussen Filips, graaf van Vlaanderen en Floris, graaf van Holland.

 

BOUDEWIJN I VAN PRAET HEEFT ZOVER BEKEND 4 KINDEREN: (3c1, 3c2, 3c3, 3c4).

2b2) Iwein van Praet

Hij wordt vermeld in 1153 te Affligem.

2b3) Walter van Praet.

Hij is "praeceptor domus milicie templi Parisiis" met andere woorden het hoofd van het huis van de tempelridders te Parijs11. Hij sticht in 1201 een kapelanij in de kerk van Oedelem. Hij laat in 1231 de "colatie" na aan de proost van de Onze -Lieve -Vrouwenkerk te Brugge dit met goed vinden van zijn neef Jan van Praet, kannunik van Sint -Donaas.

2b4) Ringer van Praet

Een akte voor het verlenen van gunsten aan de abdij van Baudeloo te Sinaai12 (Oost - Vlaanderen is in 1200 getekend "Ringer van Praet13 .

2b5) Christiaan Van Praet

In 1204 voert Christiaan van Praet het bevel over Sint -Winoksbergen tijdens de oorlog tussen de Blauwvoeters en de Ingerycken. Christiaan trekt partij voor koningin Mathilde van Portugal, zuster van de graaf van Vlaanderen. Deze weduwe bezit een gebied dat Veurne en Broekburg (Bourbourg) omvat 14.

2b6) Jan Van Praet

Is kannunik in Sint -Donaas te Brugge.

3c1) Boudewijn II van Praet

"Baro" geboren in ° 1183; overleden na 8 april 1227. Heer van Praet en Watervliet vermeld in 1183 -1227. Ridder in 1208.

BOUDEWIJN II VAN PRAET NEEMT DEEL AAN DE SLAG BIJ BOUVINES, ZIE INFRA HISTORISCHE VERWIJZING: "DE SLAG VAN BOUVINES (BOVINGEN)".

Zowel Gervaas van Praet als Boudewijn II treden toe tot de tempelridders15, die de kruistochten voeren ter bevrijding van het Heilig Land. Boudewijn II schittert aan het hoofd van de kruisridders tijdens de vierde kruistocht in 1202, waarbij hij zijn moed toont bij de belegeringen van Jaffa en van Constantinopel. Hij doet in 1226 -op het einde van zijn leven met toestemming van zijn oudste zoon Boudewijn III een aantal schenkingen aan de tempelridders.

Volgens sommige auteurs huwt Boudewijn II van Praet een eerste maal in 1217 met Marie van Maldegem, dochter van Filips I van Maldegem en Maria van Henegouwen16.

DIT HUWELIJK BRENGT VOOR ZOVER BELKEND 2 KINDEREN VOORT:  (4c1 en 4c2).

Boudewijn II van Praet huwt een tweede maal met Marie de Hellin, dochter van Robert I de Hellin, heer van Wavrin, vice -graaf van Vlaanderen, en Sybille, vrouwe van Saint-Venant, Lillers en Vladslo. Deze is een nicht van Johanna en Margaretha van Constantinopel. Van Johanna krijgt Marie de Hellin een leengoed op 2 november 121717

DIT HUWELIJK BRENGT VOOR ZOVER BELKEND 9 KINDEREN VOORT: (4d1 tot 4d9).

Boudewijn II is ook heer van Watervliet. Immers in de 13e eeuw heeft de heerlijkheid van watervliet een charter en een kerk18, op dewelke de familie van Praet herenrechten heeft. Boudewijn II van Praet verstrekt de kerk van watervliet en het patronaat19 ervan aan de Sint - Pieters abdij te Gent.

Boudewijn II van Praet, in het Latijns ook vermeld als "Balduini de Prat (o)", treedt op als getuige bij een oorkonde in 1200 te Rupelmonde, bewaard in het cartularium van de abdij van Ninove. De oorkonder is Boudewijn, graaf van Vlaanderen en van Henegouwen.

In 1216 treedt Boudewijn van Praet op als getuige voor Filips van de Woestijne, de heer van Zomergem. Filips schenkt een erfrente van 30 schellingen voor het ziele heil van zijn tante. Boudewijn tekent als "S.Balduini de Prat", en een broer, Frank van Praet, tekent met "S. Franconis Fratris eius".

De slag van Bouvines (Bovingen) 20

op 27 juli 1214 is een veldslag tussen:

enerzijds de Engelse koning Jan zonder land, gesteund door Otto IV van Brunswijk; Ferrand van Portugal, graaf van Vlaanderen en Renaud -graaf van Bonen.

en anderzijds Filips August II van Frankrijk, die de graven van Henegouwen en Frederik II van Hohenstaufen als bondgenoot heeft.

Boudewijn van Praet strijdt in de voorste linies bij Bouvines aan de zijde van Ferrand van Portugal. Hij gedraagt zich zeer dapper in deze veldslag. Er sneuvelen verscheidene ridders door zijn hand.

De Fransen overwinnen. Na de strijd wordt de graaf van Vlaanderen en tal van Edelen gevangen genomen en naar Parijs gebracht. Door het betalen van 500 pond losgeld als borg en onder voogdij21 van Hellin de Wavrin wordt Boudewijn vrijgelaten.

Met het verdrag van Melun verkijgen de Fransen Normandië, Bretange en de erflanden van de Engelse Plantagnets. Hierdoor komt er een einde aan de buitenlandse (Engelse) heerschappij in Frankrijk. Ook als gevolg van de overwinning van de Fransen wordt Frederik II keizer van Duitsland. In het verdrag staat ook dat Ferrand van Portugal, die na de nederlaag van Vlaanderen te Bouvines in 1214 was gevangen genomen en te Parijs werd opgesloten, op kerstmis 1226 zou vrij komen. Daarvoor moet Johanna van Constantinopel vrouw van Ferrand, aan verschillende eisen voldoen, waaronder de eed van getrouwheid aan de koning van alle Vlaamse edelen en steden, van wie de koning de eed zou vragen.

Na de dood van Ferrand van Portugal (27 juli 1233) is Boudewijn II van Praet één der edelen die voor de koning van Frankrijk borg zou moeten staan dat het verdrag van Melun door Johanna van Constantinopel en haar tweede echtgenoot Thomas van Savoie (graaf van Piëmont) wordt nageleefd.

Wapenschilden

De heerlijkheid van Praet

Beschrijving

Goud, een schuinkruis van keel

Helmteken

Een bruinkleurig paardenhoofd, in een vlucht van hermelijn.

Het wapenschild van Praet wordt door familiebanden van de heerlijkheid zelf aan de gemeenten Oedelem, Sijsele, Moerkerke, Knesselare, aalter, Woumen, Veldegem en in Nederland aan Mijnsheerenland van Moerkerken toegekend.

De heerlijkheid van Watervliet van den Berghe Boudewijn II, heer van Watervliet.

Beschrijving

Goud, een schuinkruis van keel, beladen met vijf ringen van zilver.

Helmteken

Twee ganzenhoofden en -halzen, rug -aan -rug en uitkomend uit een poef van zilver op een kroon van sabel22 23 24

Het wapen van Praet van Den Berghe hangt heden nog in de kerk van Sint -Joris -Ten -Distel. Boudewijn II heeft Watervliet ingepolderd en de heerlijkheid dankt zijn ontstaan aan hem. Zijn zuster Isabella van Praet (3c3) ligt aan de basis van de tak van Praet van Watervliet.

Het wapen van de stad en van de heerlijkheid van Watervliet, na de verkoop ervan in 1351 door de heren van Praet

Beschrijving

Zilver, een lelie van keel

Dit wapen hangt heden nog in de kerk van Sint -Joris -Ten -Distel.

3c2) Frank of Vrancke van Praet

°1201, overleden tussen 1227 -1230 Ridder in 1225.

Hij heeft één zoon Frank: (3d1)

3c3) Isabella van Praet

Isabella huwt Renier van Watervliet, vermeld in 1190 -1200.

3c4) Nn. van Praet

Nn. huwt Daniël I van Halewyn.

3d1) Frank van Praet

Deze wordt vermeld in 1249 -1250 als bezitter van een huis te Hannekenswerve bij Aardenburg.

Er wordt aangenomen dat Frank van Praet de in 1282 genoemde polder bij Zanddijk heeft ingepolderd 25.

4.c.1) Johanna van Praet

4c2) Eustache van Praet

Zij wordt in het jaar 1279 abdis in het convent van Marqeutte26

4d1) Boudewijn III van Praet

Heer van Praet, Watervliet en Zomergem Ridder in 1221

Gehuwd voor 1228 met Catharina NN

BOUDEWIJN III VAN PRAET HEEFT UIT ZIJN HUWELIJK MET CATHARINA NN VOOR ZOVER BEKEND 2 KINDEREN (5e1) en (5e2)

Wapenschild: wapen uit 1294

Boudewijn III, heer van Praet

beschrijving

Goud, een schuinkruis van keel, een barensteel (met vijf hangers) van azuur over alles heen.

Helmteken:

Onbekend27

4.d.2) Jan van Praet

Onderdeken en deken van het Sint Donaaskapittel te Brugge in 1226, vermeld in 1226 -1258.

4d3) Adelheid van Praet

Vermeld in 1224

Gehuwd met Jan II van Bondues.
Ridder in 1218, vermeld 1218 -1229 Overleden voor juni 1243.

4d4) Boudewijn van Praet

Ridder

Wordt vermeld in 1242 en 125528, Onze -Lieve -Vrouwekerk te Brugge.

4d5) Frank van Praet

Is slechts gekend door twee oorkonden. In de ene oorkonde staat:

- Op 27 februari 1249 vaardigt gravin Margaretha van Vlaanderen en Henegouwen een oorkonde uit waarin staat dat zij de baljuw van Brugge belast heeft met de vrijstelling van leenverband en het verrichten van de overdracht van een tiende te Moerkerke en van elf gemet land te Hannekenswerve bij Aardenburg.

Frank van Praet sneuvelt vermoedelijk in de slag om Westkapelle op 4 februari 1253.

DE SLAG OM WESTKAPELLE; ZIE " HISTORISCHE VERWIJZING" INFRA

FRANK VAN PRAET HEEFT ÉÉN DOCHTER: SYBILLE VAN PRAET/VAN MOERKERKE. (4d1)

4d6) Geertruid van Praet

Dame van Bongarde, vermeld in 1256

Huwt Walter I heer van Oostwinkel, Ridder in 1220, vermeld in 1254.

4d6) Mabille van Praet

Huwt met Boudewijn van Gistele; ridder, heer van Hansbeke.

Wapenschild 29

Boudewijn van Ghistele.

Beschrijving:

Keel, een keper van Hermelijn (Ghistelles), vergezeld van drie sterren van zilver.

Helmteken: niet gekend

 

4d8) Nn.van Praet

Is gehuwd met Daniël I van Halluin.

4d9) Nn.van Praet

Is gehuwd met Ridder Boudewijn van Knesselare, vermeld in 1258 -1259

4e1) Sybille van Praet van Moerkerke

Bij Sybille van Praet wordt voor de eerste keer de benaming "van Moerkerke" toegevoegd. Vermeld voor 1282; overleden voor 1296 en begraven in de Eeckhoutabdij te Brugge; gehuwd met Wolfert I van Borsele, heer van Veere en van Zandenburg30 voor 29 december 1276

Wolfert is geboren ca 1250; vermeld in 1271 -1299; overleden te Delft op 1 augustus 1299. Hij is stichter van Veere.

Zij worden op 12 november 1282 beleend met het leen van Zanddijk.

Zij hebben een zoon Wolfert II van Borsele, geboren te Veere, en een dochter Heilwig.

Wapenschild.

Wolfert van Borsele, heer van Veere

beschrijving:

Sabel, een dwarsbalk van zilver.

Helmteken:

Haneveren van sabel uitkomend uit kuip met de wapens.

 

De Slag om Westkapelle in 1253

Jan van Avesnes (1218 -1257), erfgenaam van het graafschap Henegouwen, slaagt erin om op de rijksdag te Frankfurt in juni 1252, de rijksgebieden van de Gwijde van Dampierre en Margaretha van Constantinopel verbeurd te laten verklaren en er zich zelf mee te laten belenen. De Dampierres trokken met Franse hulp ten strijde, maar op 4 februari 1253 leed het Vlaams -Franse leger een zware nederlaag te Westkapelle op het eiland Walcheren tegen Floris IV -die een alliantie had met Henegouwen31. (Jan van Avsnes was gehuwd met Aleid van Holland, de dochter van Floris IV.).

5e1) Jan van Praet

 

Is minderjarig in het jaar 1247 wanneer hij aan het bewind komt. In 1255 is hij meerderjarig

Hij huwt in 1258 met een dame met de naam Catharina. Enkele jaren na zijn huwelijk, wordt hij tot ridder benoemd Heer van Praet en Watervliet.

Hij overlijdt in 1298.

Hij staat vermeld van 1228 tot 1229.

Jan van Praet, ridder, wordt in 1261 vrijgelaten en wordt "wegens dienstbaarheid" kapitein 32 33.

Jan van Praet ontvangt in 1298 van Raoul De Clermont, heer van Neelles en hoogste officier in Frankrijk, een brief van de koning van frankrijk, waarbij Jan en zijn afstammelingen van de koning een som ontvangen van 800 pond Parisies36. Jan van Praet verandert dus van kamp. Deze som werd afgehouden van de koninklijke recette. In Vlaanderen waar deze giten verdeelt werden bereiken zij een hoogtepunt. In dat zelfde jaar ontvangen ook Roger van Lichtervelde, Henri van Roosebeke, Boudewijn Priem, Jan van Cadsant, Willem van Halewyn, Jan Soete, Paul De Motte enz giften

5e2) Nn van Praet 34 35

WAPENSCHILD

Heer van Moerkerke

Beschrijving:

Goud, een schuinkruis van keel, beladen met vijf schelpen van zilver.

Helmteken:

Een blonde morenkop, uitkomende uit een kuip van hermelijn, in een parelsnoer van keel. 36 37

Strijdkreet "Praet"

6f1) Boudewijn IV van Praet

Hij volgt zijn vader Jan op.

Hij huwt met Margaretha, dame van Poucques of poeke.

Boudewijn IV is heer van Praet & Oedelem; ridder in 1302. Hij wordt schepen in het land van het Vrije in het jaar 1307.

Boudewijn kiest partij voor graaf Gwijde van Dampierre. Hij plaatst zijn handtekening op een protestbrief tegen de gevangenschap van de graaf van Vlaanderen de Gwijde van Dampierre, gericht op 3 januari 1295 aan Filips IV De Schone. In 1304 echter aanvaardt hij evenwel een pensioen van de koning van Frankrijk en wordt aldus partijganger van de Leliaerts43. Er zal blijken dat het welslagen van Boudewijn IV aan deze opportunistische houding toe te schrijven is 39 40.

BOUDEWIJN IV VAN PRAET HEEFT WAARSCHIJNLIJK 1 ZOON: (7g1)

Naar een charter uit het jaar 1302 verkoopt hij in samenspraak met zijn vader Jan van Praet tien maten grond aan de parochie Sint -Salvators. Het zegel bewijst dat het wapen een schuinkruis voert, en heeft deze legende (in het Latijn): Sire Boudewijn van Praet, Ridder" en aan de andere zijde een klein wapenschildje met een schuinkruis beladen met vijf zilveren ringen 42 -wapen van de heer van Watervliet (Cfr supra 3c1: BoudewijnII, heer van Watervliet) supra Boudewijn II, heer van Watervliet).

Boudewijn van Praet overlijdt op 21 september 1311 en wordt begraven in het koor van de Romaanse kerk te Oedelem, naast zijn vrouw Margaretha.

GRAFOPSCHRIFT.

Hoelem "In den choor, recht voor den hoogen autaer, onder eenen metalen zaerck licht mijnheere bouduin die was heere van Praet, f mijnsheeren jans, Obiit 1311, op Sente Martensdach" "daer is noch een epitaphie in den choor, van een man in t'harnas, het wapen is gebroken"43 44

ZIE "HISTORISCHE VERWIJZING" INFRA "DE DRIE BOUWFASEN VAN DE STENEN SINT LAMBERTUSKERK DOOR DE EEUWEN HEEN.

6f2) Joannes (Jan) van Praet

Is gehuwd met Nn.

Jan van Praet kiest rond 1300 partij voor de Leliaerts. Hij wordt tijdens de Brugse metten op 18 mei 1302 door Bruggelingen gevangen genomen 45.

7g1) Jan van Praet

Jan van Praet is waarschijnlijk de opvolger van de in 1311 overleden Boudewijn IV heer van Praet.

Jan van Praet staat graaf van Vlaanderen Lodewijk van Nevers bij tin de opstanden van Brugge en Kust Vlaanderen 1323 -1328. Samen met een aantal partijgangers van de graaf is hij na de nederlaag van de Vlaamse steden te Kassel, aanwezig te Damme waar een groep rebellen zich op 7 Oktober 1328 aan baljuw Olivier De La Motte komt onderwerpen.

In 1334 bewerkstelligt. In 1334 sluit Jan van Praet een akkoord tussen Lodewijk van Nevers,en Margaretha gravin van Henegouwen. onder de groep mannen die "een zelfde verdrag sloten, zoals dit getuigd werd voor de graaf van Vlaanderen", bevonden zich namen zoals van Poucke, van Maldegem, en van de Walle, en ook Testard, van de Woestyne, familie van Zandvoorde, familie van Cadsant, Wulfard van Chestelle en de heer van Hamoide46.

Jan van Praet werd begraven in de Romaanse kerk te Oedelem

ZIE "HISTORISCHE VERWIJZING" INFRA: "DE DRIE BOUWFASEN VAN DE STENEN SINT - LAMBERTUSKERK DOOR DE EEUWEN HEEN".

 

De Vier bouwfasen van de stenen Sint -Lambertuskerk door de

eeuwen heen.

Eerste bouw

Eénbeukig veldstenen kerkje

Tweede bouw

De kerk is gebouwd in romaanse/Doornikse bouwstijl. ze is verdwenen op 4 mei 1382

Deze romaanse kerk is verdwenen in het voorspel
van de slag op het Beverhoutsveld

Deze kerk bevond zich op een neutrale plaats op het
raakvlak van drie heerlijkheden, buiten het vrydom
van Beveren, buiten het oude Praetse, en buiten de
heerlijkheid van Upschote.

.In het onze -Lieve -Vrouwenkoor werden de heren
van Praet bijgezet, in de noordelijke kapel de heren
van Beveren en in de zuidelijke kapel de heren van
Upschote. Deze kerk bevond zich op een neutrale
plaats, op het raakvlak van drie heerlijkheden, buiten
het vrydom van Beveren, buiten het Oude -Praetse,
en buiten de heerlijkheid van Upschote.
De pentekening is van de hand van
Henri Zutterman

 

Derde bouw

 

De kerk is ditmaal gebouwd in de Gotische bouwstijl. Deze kerk is definitief verdwenen in juni 1583 tekening Matthys Koenraad. De resten van de romaanse en daarop volgende Gotische kerk werden in mei 2001 door Nikolay Holthoff ontdekt47.

Hieronder de huidige renaissancekerk met barokke invloeden, gebombardeerd op 27 mei 1940) en opnieuw hersteld.

XXX) Boudewijn V van Praet

Boudewijn van Praet hebben we nog niet kunnen plaatsen in de rechtstreekse lijn van nazaten van Lambrecht (2)). We weten niet of het hier om een zoon; een kleinzoon of neef gaat van boven genoemden.

Hij is de laatste heer van de heerlijkheid van Praet te Oedelem Hij trouwt op 15 juli van het jaar 1351 met Aleid, vrouwe van Putten en Strijen. Boudewijn van Praet overlijdt op 3 april 1373 en wordt begraven in de Romaanse Sint -Lambertuskerk te Oedelem. Zijn vrouw Aleid overlijdt reeds in 1361.

WAPENSCHILD

Hugo van Stryen, Heer van Sevenbergen

Beschrijving:

Zilver, drie schuinkruisen van keel, 2 en 1.

Helmteken:

Twee omgekeerde adelaarsklauwen van zilver en keel, houdend twee harten van keel en zilver; een kroon, gedeeld van zilver en keel48 49 50

Boudewijn van Praet is kamerling en raadsman van de graaf van Vlaanderen en militair adviseur van Willem van Holland. In het jaar 1369 wordt hij als gezant naar het Franse hof gestuurd ten einde het huwelijk te bewerken van Filips De Stoute met Margaretha III van Vlaanderen.Zij was de enige dochter en erfgenaam van Lodewijk Van Maele, graaf van Vlaanderen en Margaretha van Brabant. Margaretha is gravin van Vlaanderen, Nevers, Rethel en Artesië in de periode 1384 tot 1405 en hertogin van Brabant en Limburg in de periode 1404 tot 1405.

De vele opdrachten waarmee Bouden (Boudewijn) van Praet door deze vorst wordt gelast, en de talrijke gunsten die hij tot op het einde van zijn leven van deze verkrijgt, bewijzen dat deze ridder een groot aanzien geniet. Reeds in 1349, wanneer Lodewijk Van Maele er in geslaagd is de grote steden aan zijn gezag te onderwerpen is hij lid van de grafelijke raad, We vinden hem hierin 1370 -amper 3 jaar voor zijn dood- nog steeds in terug.

Na de Brabantse successie oorlog in 1356 zetelt hij samen met drie andere raadsheren in een commissie die tot doel had de vredesbepalingen tussen Vlaanderen en het over overwonnen Brabant te stipuleren. Als na de definitieve vrede, Antwerpen in het bezit van Lodewijk Van Maele komt, maakt Boudewijn van Praet deel uit van de hoge raad; die in 1358 tot taak had gijzelaars in Antwerpen aan te duiden en ze ter beschikking te stellen van de graaf van Vlaanderen. De grafelijke raadsheren kregen geen loon

Om zijn vele diensten die hij heeft verwezelijkt gedurende de Brabantse oorlogen te belonen, verkrijgt Boudewijn van Praet op 21 juli 1358 van Lodewijk Van Maele een geldleen van 20 pond groten55 56 per maand voor de duur van zijn leven op de spijker van Brugge. In 1356 schonk de graaf hem daarenboven alle aangeslagen bezittingen van de heer van Wessegem.Al deze inkomsten van lenen en bezittingen, alsook de gunsten vanwege een vorst, konden evenwel niet verhinderen dat ook het machtige riddergeslacht van Praet, rond het midden van de 14e eeuw, de kentekenen vertoonde van de ziekte die de adel sedert: de 13e eeuw in toenemende mate teistert: de financiële ontreddering. Daarbij komt nog dat het grafelijke hof waaraan sommige leden verblijven (o.a. de laatste heer van Praet) door zijn verfijnde levenswijze, zijn dure feesten en tornooien voor velen een zware aderlating betekent. Feitelijk leven de meeste adelijke riddergeslachten boven hun stand. Noodgedwongen moeten de heren van Praet vanaf een zeker ogenblik dezelfde oplos sing treffen als zovele adellijke families van hun tijd: namelijk het verkopen van leengoederen en eigendommen. Op 1 september 1330 verkopen zij hun twee lenen op Vladslo, die 160 pond Parisies per jaar opbrachten, aan de graaf van Vlaanderen.

Ook door de opstand van kust -Vlaanderen hebben vele edellieden grote verliezen geleden.

Met het oog op eventuele vercijnzing53 van dit domein gaf de graaf in 1334 opdracht aan zijn raadsheer Nicolas Guidoudre, aan Diederik van Belsele baljuw van Brugge, zich naar Vladslo te begeven om de waarde van de gronden te schatten. Andere bronnen maken melding van het feit dat nog voor 24 december 1351 de heer van Halewijn van de heer Boudewijn van Praet de heerlijkheid van watervliet afkoopt. Later zal het de beurt zijn aan het belangrijke leen van Balgerhoeke op Adegem, dat eveneens door aankoop in het bezit kwam van Lodewijk, zoon van Richard heer van Straeten. Aldus hield dit machtige riddergeslacht slechts zijn stamheerlijkheid Praet te Oedelem over met de secties die er toe behoorden. Als Boudewijn V van Praet op 3 april 1373 zonder erfgenamen overlijdt, zijn alle bezittingen reeds verkocht. Boudewijn V van Praet wordt begraven in de Onze - Lieve -Vrouwekerk te Brugge. De opengevallen heerlijkheid van Praet en alle voormalige goederen en lenen van de verbannen heer van Wessegem gaan terug naar het grafelijke domein. Van 1373 tot 23 januari 1376 54 wordt het goed van Praet beheerd door de grafelijke ontvanger Hendrik Smets. Daarna treedt tot 23 Januari 1376 Willem Van Bochout op als gouverneur van de heerlijkheid. Het is waarschijnlijk dat in 1379 Lodewijk Van Maele de heerlijkheid van Praet en het land van de Woestyne schenkt aan zijn bastaardzoon Lodewijk van Vlaanderen genaamd de Fries (en van Praet). Lodewijk wordt stamvader van het huis van Vlaanderen en neemt met de schenking de naam Praet over. Lodewijk zal samen met twee andere bastaard broers: Lodewijk De Have en Jan van Vlaanderen in 1396 sneuvelen in de veldslag van Nicopolis, in de mislukte kruistocht van Jan Zonder Vrees tegen de Turken55

ER ZIJN TEKSTEN56 DIE ER ONS OP WIJZEN DAT BOUDEWIJN V TWEE DOCHTERS ZOU GEHAD HEBBEN. DIT WERD ECHTER OP VANDAAG NIET HARD GEMAAKT.

 

 

 

 

 

 

 

Referenties

BETHUNE,  1897: Épitaphes et monuments des églises de la Flandre au XVIme siècle, d’après les manuscrits de Corneille Gailliard et d’autres auteurs. Bruges.

DE BIE, J., 1980: van Praet van Moerkerken, losse uitgave Aalten.

DE FLOU, K., 1914 -1938: Woordenboek der toponymie, koninklijke Vlaamsche academie voor taal en letterkunde.

DEMYTTENAERE, A., A. DEROLEZ, L. DEVLIEGHER &  L. VAN CAENEGEM, 1978: Galbert van Brugge. De moord op Karel de Goede. Mercatorfonds, Antwerpen. 274 pp.

GAILLIARD, J., 1859: Praet, van. Seigneurs de Moerkerke. In: Bruges et Le Franc ou leur magistrature et leur noblesse. Bruges, Tome troisième, 57-73.

GELRE, 2005: Website: http://www.heraldique-europeenne.org. Armorial du héraut Claes Heinen dit “Gelre".

GYSSELING, M., 1960: Toponymisch woordenboek (voor 1226), Belgische interuniversitair centrum voor Neerlandistiek.

HOLTHOFF, N. ,Ongepubliceerd opgravingsverslag van het historisch en archeologisch onderzoek in en rond de Sint -Lambertuskerk te Oedelem.

RAES, J., 1971: De heren van Praet. In: Jaarboek van de heemkundige kring Bos en Beverveld, 69-74.

SABBE, J ,1967 De ondergang van twee Vlaamse adellijke geslachten in de 14e eeuw: de heren van Wessegem en van Praet. In:Handelingen van genootschap voor geschiedenis, Brugge, CIII, 5-23.

SERVAIS,  M. , 1955:  Wapenboek van de provinciën en gemeenten van België, Gemeentekrediet van België, Luik, Pp 115 en 851.

TUCHMAN ,B., 1982: De waanzinnige 14e eeuw, Elsevier.

VAN CAENEGEM, R., A. DEMYTTENAERE & L. DEVLIEGHER, 1999: Galbert van Brugge. De moord op Karel de Goede. Davidsfonds, Leuven. 280 pp.

VAN PRAET, L., 2006: Website: http://users.telenet.be/lauwens/vanpraet.

VERHOUSTRAETE, A., 1966: Kort overzicht van het leenroerig Oedelem. In: Jaarboek van de heemkundige kring Bos en Beverveld, 45-51.

                                 1967: De heren van Praat te Oedelem. In: Jaarboek van de heemkundige kring Bos en Beverveld, 101-113.

WARLOP, E., 1968: De Vlaamse adel voor 1300. Uitgave Familia et Patria, 2 dln, 3 bdn.

ZONDERVAN, J.W., 1993: De vrouwen van Randerode en van Zandenburg (Veere). In: Nederlandsche Leeuw, Jaargang CX, nr. 9-12, sept-dec, 475-517.

 

 

1 DE FLOU, K ,1930, 165

2 GYSSELING, M ,1960, II N-Z, 138 -139

3 Karel De Goede: ca 1080 /1086 -1127

4 Warlop, E ,1968, 174

5 VAN CAENEGHEM &DEMYTTENAERE 135 noot 52

6 Waar zich Ravenschoot ooit bevonden heeft is men het op vandaag niet eens, in het boek van Raoul Van Caeneghem & Albert Demyttenaere komen de streek van Eeklo en de streek van Oedelem, Beernem in aanmerking (Blz 150 noot 74. Volgens deze auteurs zou deze versteking de heerlijkheid van Upschote te Oedelem kunnen geweest zijn. Naast het leen van het kasteel te Moerkerke lag er ook een leen van Upschote.

7 Volgens A.V.J Gaillard

8 Gailard A ,blz 38

9 J.De Bie, J , 1980, 24

10 Tot 1214 de slag van Bouvines: zie infra

11 Raes, L ,1971, 70

12 In Oost - Vlaanderen.

13 GAILLARD 38

14 GAILARD 39

15 Of tempeliers

16 GAILARD Ms, 8

17 Raes, J ,1971, 70

18 Watervliet is één van de dorpen die door de heren van Praet zijn ingepolderd.

19 Beschermheerschap van een kerk, vicarie, m.n. in betrekking tot het recht een bevoegd persoon voor te dragen voor een kerkelijke beneficie.

20 Heden ten dage een dorpje in het Franse département Du Nord ten oosten van Rijsel

21 De voogd moet erop toezien dat de voorwaarden van de borgtocht, opgelegd door de leenheer, worden nageleefd.

22 AVJ Gaillard munusript universiteitsbibliotheek Gent blz 8

23 Armoriaal van Gelre http:// www.heraldique -europeene.org/Accueil.htm

24 Servais M 1955 blz 723 en 859

25 De Nederlandse leeuw 1993 blz 514 -516

26 Marquette -bij -Rijsel.

27 De Nederlandse leeuw 1993 CX, blz 514 -516

28 Patrik Lauwens, Berlaar, België

29 Armoriaal van Gelre

30 De Nederlandse leeuw 1993, CX, blz 514 -516

31 Jan van Avesnes was gehuwd met Aleide van Holland, de dochter van Floris IV.

32 Synoniem: veldheer, "Halvenare" in Vlaanderen.

33 Gailard Ms, 8

34 Servais, M ,1955

35 De Nederlandse leeuw 1993, CX, blz 514 -516

36 Armoriaal van Gelre

37 Servais M ,1955, 872

38 Diens houding inzake loyauteit aan éénmaal de graaf van Vlaanderen een andere maal de Franse koning is dezelfde zoals bij zijn vader Jan van Praet.

39 Gailard 1

40 Bethune,J ,1897,348

41 In het Latijn

42 A.V.J Gailard manuscript Bibliotheek Rijksuniversiteit Gent blz 8

43 Studie "La Figurine" tentoonstelling 3 Chevaliers restés fidéles au roi Phillipe Le bel (Dits Leliaerts) et donc absents a la batailles des éperons d'or en 1302.

44 Gaillard, Ms, 7.

45 Veroughstraete A ,1967, 102

46 Sabbe J , 1966, CIII, 17 -21

47 Ongepubliceerd opgravingsverslag van het historische en archeologische onderzoek in en rond de Sint - lambertuskerk te Oedelem door Nikolay Holthoff zomer 2005

48 Gailard A ,39

49 Amoraal van Gelre

50 De Nederlandse Leeuw, 1993, CX, 480

51 De grafelijke raadsheren kregen geen loon, Naast het bekleden van betaalde ambten echter, slaagden zij erin interessante gunsten van hun meester te verwerven.

52 20 Libra Groten was het jaarinkomen van een landbouwer in de 14e eeuw -Tuchmann, B ,34

53 Hierdoor verliest het domein aan waarde.

54 Meer specifiek tot 23 januari 1376.

55 Sabbe, J ,1966, CIII, 17 -21.

56 Documenten geleverd door Wim Groeneweg.